Naar inhoud springen

komst

Uit WikiWoordenboek
  • komst
enkelvoud meervoud
naamwoord komst komsten
verkleinwoord - -

dekomstv

  1. het feit dat iemand of iets komt
    • De komst van de computer heeft tot grote veranderingen in ons leven geleid. 
     Giorgos duikt meteen het enige restaurant in dat dit dorp telt, om onze komst alvast aan te kondigen.[3]
  2. het geboren worden van iemand
     Terwijl mijn zoon in mijn binnenste begon aan een duizelingwekkende ontwikkeling van klompje cellen naar prehistorisch weekdier naar foetus, begon ik me af te vragen wat zijn aanstaande komst precies betekende.[4]
     Maar ook dat we, met de komst van de tweede, onze eerste niet alleen iets zouden geven, maar haar ook iets zouden afnemen.[4]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. "komst" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. komst op website: Etymologiebank.nl
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. 1 2
    Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be