kompromiss

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·pro·miss
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 14557

Zelfstandig naamwoord

kompromiss o

  1. compromis, overeenkomst
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kompromiss     kompromisset     kompromiss
kompromisser  
  kompromissa
kompromissene  
genitief   kompromiss'     kompromissets     kompromiss'
kompromissers  
  kompromissas
kompromissenes  
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kom·pro·miss
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kompromiss     kompromisset     kompromiss     kompromissa
bijvorm: kompromissi  

Zelfstandig naamwoord

kompromiss o

  1. compromis, overeenkomst
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /kɔmprɔmɪs/
Woordafbreking
  • kom·pro·mis

Zelfstandig naamwoord

kompromiss monbezield

  1. (verouderd) compromis; overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen
Verbuiging
Schrijfwijzen

Verwijzingen