komijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cuminum cyminum


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·mijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plantengeslacht, zaad daarvan’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord komijn -
verkleinwoord komijntje komijntjes

Zelfstandig naamwoord

komijn m [3]

  1. (plantkunde) (voeding) (specerij) Cuminum cyminum op Wikispecies als specerij gebruikte komijnzaadjes met een zeer sterk, doordringend aroma dat de spijsvertering bevordert, komijnzaad
  2. (plantkunde) (voeding) (medisch) (kruid) Cuminum cyminum op Wikispecies schermbloemige plant waaraan komijnzaadjes groeien
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen