komende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·men·de

Deelwoord

komende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord komend van komen
    • De komende weken zijn meer acties te verwachten. 
    • Het rijk der hemelen is komende. 

Bijvoeglijk naamwoord

komende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van komend