komende
Uiterlijk
- ko·men·de
| vervoeging van: | komen |
komende
- verbogen vorm van komend, het onvoltooid deelwoord van komen
- De komende weken zijn meer acties te verwachten.
- Het rijk der hemelen is komende.
komende
- verbogen vorm van de stellende trap van komend
- ▸ Opgelucht trok ik de volgende ochtend de moteldeur achter me dicht, de frisse lucht in, met mijn rugzak vol eten voor de komende zes dagen.[1]
- ▸ Jarenlang procederen zal tijd en energie kosten die kwekers liever in hun product hadden gestoken, vreest Cusani. Dat zijn werknemers de komende maanden opnieuw de Calabrese heuvels vol kunnen planten met hennep, is zeer onwaarschijnlijk.[2]
- Het woord komende staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron Heleen D'Haens“Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS