kollektivt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kol·lek·tivt
Naar frequentie 39544

Bijvoeglijk naamwoord

kollektivt

  1. onbepaald onzijdig enkelvoud van kollektiv


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kol·lek·tivt
Naar frequentie 99639

Bijvoeglijk naamwoord

kollektivt

  1. onbepaald onzijdig enkelvoud van kollektiv


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kol·lek·tivt

Bijvoeglijk naamwoord

kollektivt

  1. onbepaald onzijdig enkelvoud van kollektiv


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • kol·lek·tivt
Naar frequentie 39977

Bijvoeglijk naamwoord

kollektivt

  1. onbepaald onzijdig enkelvoud van kollektiv

Bijwoord

kollektivt

  1. collectief