kolderiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kol·de·riek
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kolderiek kolderieker kolderiekst
verbogen kolderieke kolderiekere kolderiekste
partitief kolderieks kolderiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

kolderiek

  1. op een humoristische manier, anders dan anders
    • In een piepklein hok staan zo’n twintig bezoekers gedrongen tussen de acht jonge acteurs van Club Gewalt. Die spelen op de Parade (nu in Rotterdam, later in Den Haag, Utrecht, Amsterdam) hun voorstelling Carnavalskinderen: ze zijn verwekt tijdens carnaval en weten niet wie hun vader is. Dat uitgangspunt is meteen het aardigste van een kolderiek half uur waarin de platheid en roes van carnaval wordt bezongen.[1] 
    • De door haar geliefde verlaten Pepa (Almodóvars eerste muze Carmen Maura, met wie hij zeven films draaide) wil zelfmoord plegen, maar zet dat voornemen in de ijskast als ze zwanger blijkt. In haar fraaie appartement in de Spaanse hoofdstad duikt vervolgens als in een klucht een verzameling doldwaze personages op die ook allemaal zo hun sores hebben. Absurdistisch, kolderiek en al helemaal Almodóvar.[2]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Ron Rijghard 1 juli 2014
  2. Volkskrant 9 mei 2017