kokerjuffer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ker·juf·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kokerjuffer kokerjuffers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kokerjuffer v / m

  1. (insecten) Trichoptera op Wikispecies larve van de schietmot, die in een eigengemaakt kokertje leeft

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Meer informatie