koffielepel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fie·le·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koffielepel koffielepels
verkleinwoord koffielepeltje koffielepeltjes

Zelfstandig naamwoord

koffielepel m

  1. (huishouden) lepel om de koffie om te roeren ter vermenging met melk en suiker
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.