koekjestrommel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

geopende koekjestrommel
Uitspraak
Woordafbreking
  • koek·jes·trom·mel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koekjestrommel koekjestrommels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koekjestrommel v/m [1]

  1. een goed afsluitbare blikkentrommel voor het bewaren en vers houden van koekjes
    • Tijdens een klassiek experiment kregen 200 proefpersonen twee koekjestrommels te zien. In de ene zaten er tien, in de andere twee. Hoewel het dezelfde koekjes waren, kenden de deelnemers meer waarde toe aan de koekjes uit de legere koektrommel.[2] 
    • En als ik thuiskwam, plofte ik op de bank met thee en aten mijn huisgenoten en ik de koekjestrommel leeg terwijl we roddelden over de docenten of de knappe jongen uit de hoogste klas die een paar woorden tegen ons had gezegd.[3] 
    • Nadat ze aan haar been was geholpen kwam er een grijs apparaat met een rode knop in het leven van mijn bejaarde moeder. Ze ging ermee rond alsof het een nieuwe koekjestrommel was. „Als ik hierop druk,” zei ze, „dan gaan er overal alarmbellen af…” In haar stem hoorde ik het ontzag voor de nieuwe vinding. „Een veilig idee.”[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Irene van den Berg 28-NOVEMBER-2017
  3. Volkskrant Lisa Hinderks bestuurslid Nederlandse Dove Jongeren; student aan de Universiteit Utrecht 23 december 2015
  4. NRC Marcel van Roosmalen 19 februari 2017
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be