koekjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koek·jes

Zelfstandig naamwoord

koekjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord koek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie