koche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·che
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
koche
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gekocht
enkelvoud meervoud
1e persoon ich koch mir koche
2e persoon du kochscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
kocht
koche
koche
kocht
koche
3e persoon er kocht sie koche
sie kocht
es kocht

Werkwoord

koche

  1. overgankelijk koken
  2. onovergankelijk koken
Opmerkingen