knotsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knot·sen

Zelfstandig naamwoord

knotsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knots

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.