knotje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knot·je

Zelfstandig naamwoord

knotje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord knot

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.