knorren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knor·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knorren
/'knɔrə(n)/
knorde
/'knɔrdə/
geknord
/ɣə'knɔrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

knorren

  1. inergatief een geluid voortbrengen zoals een varken
  2. inergatief misnoegen, ontevredenheid uiten op boze wijze
  3. (informeel) snorken, snurken
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het knorren van de maag
honger hebben
  • Dat was hard nodig want zijn maag knorde verschrikkelijk. Zelfs in dit land scheen je het met een lege maag niet lang vol te houden. [2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 72

Meer informatie