knopspeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

knopspeld
Uitspraak
Woordafbreking
  • knop·speld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord knopspeld knopspelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

knopspeld v/m [1]

  1. speld met een al dan niet gekleurde, bolle kop
    • Hij draait de deur van zijn kantoortje op slot en gaat achter zijn bureau zitten. Aan de muur een kaart waarop alle tachtig inwoners van Loving County met knopspelden zijn aangemerkt. [2] 
    • In de etalage van Maison du Sport hangt een verkleurd affiche van het Amerikaanse badmodemerk Jantzen. Op de flanellen panelen zijn met knopspelden tricot zwembroekjes en bonte zwempakken bevestigd. Bij chaponnier J.P. Pochat in de rue Filaterie liggen de strooien zonnehoedjes die Scott Fitzgerald tijdens zijn Franse zomervakantie al droeg en de mode die Palais du Vetement etaleert, lijkt ook uit die tijd te dateren. [3] 
    • Ayse Kabaktepe was gistermiddag niet de enige juriste met een hoofddoek. Het wemelde van de lotgenoten op de trappen van het Utrechtse paleis van justitie. De sluiers kunstig gevouwen en met knopspelden vastgezet. Op de revers van hun lange donkere jassen stak een oranje strikje, symbool van vrijheidsstaat Nederland. [4] 


Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[5]


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Tom-Jan Meeus 19 juni 2010 De leegte van Loving County
  3. NRC Jutta Chorus 16 juni 1994 Heel gewoon en met goed fatsoen
  4. NRC Jutta Chorus 28 april 2001 Rechters zonder hoofddoek
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be