knipoogje
Uiterlijk
- (IPA in voorbereiding)
- knip·oog·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ||
| verkleinwoord | knipoogje | knipoogjes |
het knipoogje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord knipoog
- alleen verkleinwoord (zakjeszwammen) bepaald soort korstmos, Micarea curvata
uit de familie Micareaceae
; een zeldzame onopvallende soort die in Nederland hoofdzakelijk in het noorden wordt gevonden, vooral op hunebedden en in België op enkele plaatsen in de Ardennen
- [2] zakjeszwammen, schimmels
- Het woord knipoogje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Zakjeszwammen in het Nederlands
- Schimmels in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal