knikkernoot
Uiterlijk

- Geluid: knikkernoot (hulp, bestand)
- knik·ker·noot
- samenstelling van knikker en noot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knikkernoot | knikkernoten |
| verkleinwoord | knikkernootje | knikkernootjes |
- (plantkunde) geheel met stekels bedekte struik uit de tropen, Caesalpinia bonduc
, met op knikker gelijkende vruchten in een harde schaal die voor het galacang-spel gebruikt worden
- Een doodenkele keer spoelt een knikkernoot wel eens aan op een Nederlands strand.
- Het woord 'knikkernoot' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.