knijpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knij·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘druk uitoefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knijpen
kneep
geknepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

knijpen

  1. overgankelijk tussen twee punten druk uitoefenen
    • Mam, hij knijpt me weer! 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

knijpen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knijp

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen