kneuzing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kneu·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kneuzing kneuzingen
verkleinwoord kneuzinkje kneuzinkjes

Zelfstandig naamwoord

kneuzing v

  1. (medisch) een onderhuidse beschadiging van het zachte weefsel, veelal veroorzaakt door een bot voorwerp of een val
    • Hij kwam er met een kneuzing vanaf; er was niets gebroken. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie