knelpunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knel·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord knelpunt knelpunten
verkleinwoord knelpuntje knelpuntjes

Zelfstandig naamwoord

knelpunt o

  1. moeilijk probleem dat nog niet geheel is opgelost
    • Het groeiend gebrek aan technologisch talent is in Nederland een groot knelpunt, zo staat omschreven in het nieuwste rapport over de bekostiging van hoger onderwijs en onderzoek, dat afgelopen week werd aangeboden aan minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). [1] 
  2. plek waar het verkeer regelmatig vast staat, verkeersknelpunt
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen