knapten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knap·ten

Werkwoord

vervoeging van
knappen

knapten

  1. meervoud verleden tijd van knappen
    • Wij knapten. 
    • Jullie knapten. 
    • Zij knapten.