klokradio

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

klokradio
Uitspraak
Woordafbreking
  • klok·ra·dio
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klokradio klokradio's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klokradio m

  1. radio met klok die als wekker kan dienen
    • Dat kan soms verwarrend zijn. Laatst werd ik wakker en zag ik op mijn kleine klokradio dat het zeven uur was. Ik sprong op, omdat ik om half acht een afspraak had met een vriend. Ik belde de vriend op om te zeggen dat ik misschien een paar minuutjes verlaat zou zijn, omdat ik me verslapen had, waarop de vriend zei: we hebben om half acht vanavond afgesproken. Het is nu zeven uur ’s ochtends.[1] 
    • Een bevriend paar werd onlangs wakker met (van?) een reutelende klokradio. Van muziek of nieuwsberichten was geen sprake meer, en op de plaats waar normaal het uur wordt geafficheerd, gaapte een zwarte vlek.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Anil Ramdas 23 april 2007 Tropenrooster
  2. de Standaard 04/02/2000 Luc Coppens Wie betaalt voor elektrische schade?