klojo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klo·jo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klojo klojo's
verkleinwoord klojootje klojootjes

Zelfstandig naamwoord

klojo m

  1. (scheldwoord) iemand die aanrommelt, domme dingen doet
    • Dat kan je verwachten van zo'n klojo. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen