klimaatscepticus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kli·maat·scep·ti·cus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klimaatscepticus klimaatsceptici
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klimaatscepticus m

  1. iemand die niet gelooft dat de mens verantwoordelijk is voor de klimaatverandering
    • Klimaatscepticus Scott Pruitt vocht, voordat hij de baas van het EPA werd, als openbaar aanklager van Oklahoma jarenlang tegen de milieumaatregelen die datzelfde bureau uitvaardigde. Onder zijn leiding trokken de VS zich terug uit het Klimaatakkoord van Parijs. [1] 
    • Een Nederlandse klimaatscepticus is erin geslaagd een passage over de gevolgen van klimaatverandering te weren uit het VVD-verkiezingsprogramma. [2] 
  2. iemand die niet gelooft dat er sprake is van een klimaatverandering
    • In de jaren tachtig werd al voorspeld dat de Malediven op den duur zouden verdwijnen, als een 21e-eeuws Atlantis. Dit is nog niet gebeurd, wat dankbaar wordt aangegrepen door klimaatsceptici – een concrete ramp blijft als het ware uit. [3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen