klikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klik·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘overbrengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klikken
klikte
geklikt
zwak -t volledig

Werkwoord

klikken

  1. inergatief een klikkend geluid maken
  2. inergatief (informatica) met een muis of anderszins een keuze kenbaar maken door op een vlak op het scherm te drukken; clicken
  3. inergatief geheimen doorvertellen en daarmee klasgenoten verraden
  4. onpersoonlijk ~ tussen tot een goede verstandhouding komen
    • Het heeft altijd goed geklikt tussen die twee. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

klikken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord klik
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen