kliederboel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klie·der·boel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kliederboel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kliederboel m

  1. iets wat heel smerig is gemaakt; iets wat ontstaan is door kliederen
    • „Ik vind dat iedereen op een normale manier zijn werk moet doen. Een satiricus maakt satire, een jongenshoertje bevredigt mannen en een politicus probeert het land te besturen en als dat door elkaar heen gaat lopen dan krijgen we een kliederboel.”[1] 
    • Dat North West in een schatrijk gezin opgroeit, wil niet zeggen dat ze er nooit een kliederboel van maakt. Kim Kardashian heeft schattige foto's van haar dochtertje, die geniet van een gebakje, op Twitter gezet.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 09 mei 2016 Hans Teeuwen sart Erdogan
  2. de Telegraaf 20 jul. 2015 North West kliedert met gebakje
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be