kletspraatje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klets·praat·je

Zelfstandig naamwoord

kletspraatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kletspraat

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.