klerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klerk
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1210 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord klerk klerken
verkleinwoord klerkje klerkjes

Zelfstandig naamwoord

klerk m

  1. (beroep) iemand die administratieve werkzaamheden verricht
    • De klerk deed de boekhouding. 
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen