Naar inhoud springen

kleintjes

Uit WikiWoordenboek
  • klein·tjes

dekleintjesmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kleintje
     'Ik heb er kleintjes bij gezien, niet ouder dan een jaar of zes, zeven.[1]
     Uit alles bleek dat zij in haar doodsstrijd geprobeerd had haar kleintjes te beschermen tegen de vuurzee.[2]
     De vrouwen met kleintjes zaten in het zand en keken toe terwijl ze commentaar op alles en iedereen gaven.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Kruistocht in spijkerbroek” op Wikipedia (1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be