kleinschaligheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klein·scha·lig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kleinschaligheid kleinschaligheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kleinschaligheid v

  1. het feit dat men op beperkte schaal te werk gaat
    • De kleinschaligheid van deze sector is niet erg efficiënt. 
Vertalingen

Gangbaarheid