klefheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klef·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klefheid klefheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klefheid v

  1. te zoetsappig sentiment
    • Toch toont regisseur Alexander Payne – die eerder Oscars won voor Sideways en The descendants – zich wars van klefheid of opgelegd sentiment. Hij laat ons lachen om absurde situaties, om rake dialogen en om kleurrijke personages. Intussen behoudt zijn tragikomische roadmovie – geschoten in sfeervol zwart-wit – echter een ondertoon van mededogen en begrip. [1] 
    • In de verhalen waarin zijn kinderen optreden, een gevaarlijk genre dat gemakkelijk afglijdt naar sentimentaliteit en borstklopperij, vermijdt Bril alle klefheid. Prachtig is het stuk over een kortstondig verblijf in Parijs met zijn dochter. [2] 
  2. warme vochtige hitte
    • Ik kwam overeind, in de slaapkamer was het donker, maar de felheid van het licht dat door de kieren van de deur naar de woonkamer scheen, verried dat een typische New Yorkse septemberdag stond te beginnen: felblauwe lucht, stralende zon, eigenlijk nog gewoon zomer, maar dan zonder de klefheid. [3] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. De Telegraaf MARCO WEIJERS 28 feb. 2014 Filmrecensie| Nebraska
  2. Het Parool 23 APRIL 2009 Het Amsterdam van Bril is ons Asterdam
  3. Het Parool 19 SEPTEMBER 2008 Jungle book