klavier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·vier
enkelvoud meervoud
naamwoord klavier klavieren
verkleinwoord klaviertje klaviertjes

Zelfstandig naamwoord

klavier o

  1. toetsenbord.
    Hij was het klavier kwijt dus kon hij de computer niet gebruiken.
  2. (muziek) een reeks van knoppen die voor verschillende toonhoogten zorgen
    De organist was driftig op het klavier aan het slaan.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.