klavecimbeltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·ve·cim·bel·tje

Zelfstandig naamwoord

klavecimbeltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord klavecimbel