klapgelopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klap·ge·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
klaplopen

klapgelopen

  1. voltooid deelwoord van klaplopen
    • Niet dat wij kunnen voorspellen of er veel klapgelopen zal worden onder het nieuwe systeem, maar het zal zeker mogelijk zijn (nu overigens ook). [1]
    • Hij vond, dat de niet-georganiseerdec nu lang genoeg hadden klapgelopen op de zakken van de georganiseerden. [2]
    • Het hinkt, 't gaat mank, 't is kreupeldigt,
      't Is iets, het geen geen Zang-konst stigt:
      't Is iets, daar niets van is te hoopen,
      't Is met de Lazerus klapgelopen.
       [3]

Gangbaarheid

Verwijzingen