klämma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • kläm·ma
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
klämma
klämde
klämt
volledig

Werkwoord

klämma

  1. knijpen
Verwante begrippen
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   klämma     klämman     klämmor     klämmorna  
genitief   klämmas     klämmans     klämmors     klämmornas  

Zelfstandig naamwoord

klämma

  1. kram, klamp, wasknijper
Afgeleide begrippen