kittelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kit·te·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kittelaar kittelaars
verkleinwoord kittelaartje kittelaartjes

Zelfstandig naamwoord

kittelaar m [2]

  1. (anatomie) (seksualiteit) uiterst gevoelig gedeelte van het uitwendig geslachtsorgaan van de vrouw dat zich direct boven de vaginaopening bevindt, clitoris
  2. iemand die kittelt

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen