Naar inhoud springen

kistje

Uit WikiWoordenboek
  • kist·je

hetkistjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kist
     Ik weet van je kistje in de tuin.[1]
     In het kistje lag een leren handschoen zonder vingers met daaraan een gebogen mes.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be