kir

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kir
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘alcoholische drank’ voor het eerst aangetroffen in 1978 [1]
  • Naamwoord: ontleend aan het Frans, oorspronkelijk vernoemd naar de kannunik Félix Kir.
  • Werkwoord: klanknabootsend.
enkelvoud meervoud
naamwoord kir kirs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kir m

  1. (drinken) een mengsel van een bourgogne Aligoté met een scheutje Crème de cassis
    • Geeft u mij maar een kir. 

Werkwoord

vervoeging van
kirren

kir

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kirren
    • Ik kir. 
  2. gebiedende wijs van kirren
    • Kir! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kirren
    • Kir je? 

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen