kinderopvang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·op·vang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderopvang kinderopvangen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kinderopvang m

  1. verzorging van kinderen gedurende de afwezigheid van de ouders
  2. plek waar verzorging van kinderen gedurende de afwezigheid van de ouders plaatsvindt
    • De introductie van marktwerking in de kinderopvang in 2005 heeft niet geleid tot een stijging van de kwaliteit in die sector [1] 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen