kinderdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderdag kinderdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kinderdag m [1]

  1. feestdag die in het teken van het kind staat
    • in Nederland is kinderdag op 1 juni 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen