kieuwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kieu·wen

Zelfstandig naamwoord

kieuwen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kieuw

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.