kieuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kieuw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ademhalingsorgaan van vis’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kieuw kieuwen
verkleinwoord kieuwtje kieuwtjes

Zelfstandig naamwoord

kieuw v/m

  1. (anatomie), (zoötomie) ademhalingsorgaan van vele in water levende dieren
    • Bij de meeste vissen zijn de kieuwen door kieuwdeksels bedekt, maar bij de larven van kikkers en salamanders zijn ze vaak uitwendig waar te nemen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen