kidnapte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kid·nap·te

Werkwoord

vervoeging van
kidnappen

kidnapte

  1. enkelvoud verleden tijd van kidnappen
    • Ik kidnapte. 
    • Jij kidnapte. 
    • Hij, zij, het kidnapte.