Naar inhoud springen

kidnap

Uit WikiWoordenboek
  • kid·nap
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ontvoeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1953 [1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kidnap kidnaps
verkleinwoord kidnapje kidnapjes

dekidnapm

  1. ontvoering
vervoeging van
kidnappen

kidnap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kidnappen
    • Ik kidnap. 
  2. gebiedende wijs van kidnappen
    • Kidnap! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kidnappen
    • Kidnap je? 
vervoeging
onbepaalde wijs to  kidnap 
he/she/it  kidnaps 
verleden tijd  kidnapped 
voltooid
deelwoord
 kidnapped 
onvoltooid
deelwoord
 kidnapping 
gebiedende wijs  kidnap 

kidnap

  1. overgankelijk kidnappen, ontvoeren
enkelvoud meervoud
kidnap kidnaps

kidnap

  1.  kidnap zn , ontvoering