Naar inhoud springen

keuren

Uit WikiWoordenboek
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
keurenkeurend
keuringgekeurd
  • keu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
keuren
keurde
gekeurd
zwak -d volledig

keuren

  1. overgankelijk zich een oordeel vormen over de waarde of deugdelijkheid van iets
    • Zij werden eerst gekeurd voordat zij werden toegelaten. 

dekeurenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keur
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be