keukenkast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Keukenkastjes onder een werkblad in een keuken.
Uitspraak
Woordafbreking
  • keu·ken·kast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keukenkast keukenkasten
verkleinwoord keukenkastje keukenkastjes

Zelfstandig naamwoord

keukenkast v/m

  1. een kast in de keuken
    • De kruiden staan voorin het keukenkastje. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be