keukenhulp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de moderne keukenhulp is een machine
Uitspraak
Woordafbreking
  • keu·ken·hulp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keukenhulp keukenhulpen
verkleinwoord keukenhulpje keukenhulpjes

Zelfstandig naamwoord

keukenhulp v/m

  1. (beroep) iemand die in de keuken meehelpt
    • Het leven in het asielzoekerscentrum beviel hem niet: het nietsdoen, het wachten, de gedeprimeerde stemming bij andere asielzoekers die elkaar de put in praten. Hij vond een baantje als keukenhulp in een restaurant van de keten Vapiano. Maar hij wilde meer, hij wilde iets leren en zich ontwikkelen. [1] 
  2. een machine die je werk in de keuken uit handen neemt
    • Dat tussen idealen en praktijk enige discrepantie bestaat, blijkt wanneer de voorlieden meewerken aan gesponsorde tv-programma's. Ze zingen de lof over roerbakmixen, sausen uit potjes, keukenhulpen en makkelijk schoon te houden aanrechtbladen. Daarmee helpen ze mee het gastronomisch maatschappelijk middenveld te laten wegvagen door het culinair-industriële complex. [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Juurd Eijsvoogel 4 november 2016
  2. NRC Joep Habets 28 augustus 1997