keukengerei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • keu·ken·ge·rei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keukengerei -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

keukengerei o

  1. alle gebruiksvoorwerpen in de keuken
    • Het keukengerei was bijna het enige wat níét gestolen was. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be