ketelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Ketelaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·te·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ketelaar ketelaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ketelaar m [2]

  1. matroos die moet wachtlopen en dus pas later kan eten dan de anderen
  2. (beroep) iemand die ketels maakt en repareert
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • daar kun je ketellaar van blijven
dat zal niets opbrengen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie