ketchup

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ket·chup
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pikante saus’ voor het eerst aangetroffen in 1950 [1]
  • Uit het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ketchup -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ketchup m

  1. (voeding) een saus op basis van tomaten
    • Hij at zijn frietjes met een klodder mayonaise en ketchup. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen